Warmtepompen, netcongestie of warmtenetten: feiten tegenover aannames
Individuele warmtepompen worden regelmatig genoemd als mogelijke oorzaak van netcongestie. Toch laten recente onderzoeken zien dat de daadwerkelijke belasting van het elektriciteitsnet vaak lager ligt dan gedacht. Tegelijkertijd blijft de focus van beleidsmakers vaak liggen op warmtenetten, terwijl de toepassing van individuele systemen juist veel sneller groeit.
In de Nederlandse warmtetransitie speelt daarom een belangrijke vraag: kiezen we voor collectieve oplossingen zoals warmtenetten, of voor individuele installaties zoals lucht/water warmtepompen? Om die vraag goed te beantwoorden is het belangrijk om naar de feiten te kijken.
Een scheef beeld van warmtepompen
Analyses van adviesbureau Merosch tonen aan dat de impact van individuele warmtepompen op het elektriciteitsnet vaak wordt overschat. In veel netmodellen rekenen netbeheerders met piekvermogens van 2,7 tot 5 kW per woning.
Praktijkmetingen uit bestaande projecten laten echter een veel lager gemiddeld vermogen zien: ongeveer 1,3 kW in bestaande woningen en circa 0,6 kW in nieuwbouwwoningen met goede woningisolatie.
Wanneer beleidskeuzes worden gebaseerd op te hoge aannames, kan er een negatief beeld ontstaan van warmtepompen. In werkelijkheid blijkt de impact op het elektriciteitsnet vaak aanzienlijk kleiner.
Gelijktijdigheid bepaalt de werkelijke belasting
Een belangrijke factor is de zogenaamde gelijktijdigheidsfactor. Niet alle warmtepompen in een wijk draaien tegelijk op maximaal vermogen. Daardoor ligt de werkelijke belasting van het elektriciteitsnet aanzienlijk lager dan theoretische modellen soms suggereren.
In moderne installaties wordt bovendien steeds vaker gebruikgemaakt van smart grid technologie, waarbij warmtepompen hun vermogen automatisch aanpassen aan het beschikbare elektriciteitsnet.
De focus op warmtenetten
Ondanks deze ontwikkelingen ligt de nadruk in beleidsplannen nog vaak op collectieve systemen zoals warmtenetten. Jaarlijks worden ongeveer 20.000 woningen aangesloten op stadsverwarming, terwijl in dezelfde periode meer dan 100.000 individuele all-electric warmtepompen worden geïnstalleerd.
Dat betekent dat individuele oplossingen inmiddels een veel grotere rol spelen in de praktijk dan vaak wordt aangenomen.
De andere kant van collectieve systemen
Collectieve oplossingen zoals stadsverwarming hebben ook hun eigen uitdagingen. Bij een warmtenet spelen vaste aansluitkosten en tariefstructuren een belangrijke rol.
Huishoudens met een individuele warmtepomp kunnen vaak profiteren van lagere elektriciteitsprijzen, dynamische energietarieven of zelf opgewekte energie via zonnepanelen. Bij collectieve systemen zijn bewoners meestal afhankelijk van vaste tarieven.
Een netbewuste warmtepompstrategie
De energietransitie vraagt niet om één oplossing, maar om een slimme combinatie van systemen. Warmtenetten kunnen geschikt zijn voor dichtbebouwde stedelijke gebieden, terwijl warmtepompen juist efficiënt zijn in individuele woningen en kleinere woonwijken.
Moderne warmtepompsystemen worden bovendien steeds slimmer. Dankzij slimme regeltechniek, buffervaten en flexibiliteit in vermogen kunnen installaties beter inspelen op het elektriciteitsnet.
Conclusie: herpositioneer de warmtepomp
Het beeld dat warmtepompen een grote oorzaak zijn van netcongestie wordt door praktijkdata steeds vaker tegengesproken. Door beleid en praktijk beter op elkaar af te stemmen kan Nederland sneller verduurzamen met een combinatie van warmtenetten en individuele warmtepompinstallaties.
Voor installateurs biedt dit duidelijke kansen. De markt voor warmtepompen blijft groeien en slimme installaties spelen een steeds grotere rol binnen de energietransitie.
Wilt u als installateur weten hoe u deze kansen optimaal benut? Hewa ondersteunt u met kennis, betrouwbare warmtepompen, buffervaten en professioneel installatiemateriaal.